Tuinders ATV Utrecht-Zuid aan het woord

 

 Trouw, zaterdag 24 juni 2017

‘Het is als sporten’ 

Al 15 jaar is Achmed Zagdoud (78) de trotse eigenaar van deze Utrechtse volkstuin. ’s Ochtends vanaf tien uur tot een uur of één is hij bezig met het wieden van onkruid, planten water geven en het rommelen op zijn tuin. Op zijn crocs. Daarna gaat hij naar de moskee om te bidden en is het tijd om thuis uit te rusten. “Ik doe het echt als hobby. Het is goed voor je lichaam om bezig te blijven. Oudere mensen moeten niet stilzitten. Dat is niet goed voor je. Het is net als sporten.” Wat Zagdoud van zijn tuin haalt, krijgt hij lang niet allemaal zelf op, daarom geeft hij aan wie van zijn zes kinderen wil van wat hij te veel heeft. Aardbeien, uien, komkommers, tomaten, doperwten, tuinbonen en aardappelen. Veel aardappelen. “Mijn vrouw is vandaag ziek, anders gaat ze altijd mee naar de tuin. Beetje theedrinken en helpen. Willen jullie thee? Ik kan wel zetten, hoor. Maar zelf drink ik niet mee. Het is ramadan.” De Marokkaans-Nederlandse Zagdoud heeft gewerkt in de mijnen van Limburg en in Utrecht in de zeepfabriek. Nu is hij met pensioen. Of hij het allemaal redt met zijn tuin? “Tuurlijk. Ik help vaak ook andere tuinders op het complex. Hoe je aardappels moet poten bijvoorbeeld. Bij mijn huis, een rijtjeshuis, heb ik een kleine tuin. Dus daar had ik niet genoeg aan. Wel hebben we bij de deur een kist met bloemen staan. Vindt mijn vrouw mooi.”

 

 

Rita van Gurp
Soort: Siertuin met huisje (atelier). Sinds: 2006.
‘In deze tuin staat mijn atelier. Ik zat er in het begin veel om kunstwerken te maken. Het meeste dat ik maakte was van glas of hout en vaak verwerkte ik er een symbolisch voorwerp in. Inmiddels doe ik dat minder, maar ik vind het nog steeds super ontspannend om hier twee tot drie keer in de week te komen. Het is fijn om buiten te zijn en er is altijd wel iets te klussen of onderhoud in de tuin zelf nodig. Dat is nog veel werk. Snoeien bijvoorbeeld is zo gebeurd, maar dat opruimen… Gelukkig helpt mijn man weleens een handje.

Onderstaande berichten verschenen eerder in een rapportage van Hallo Lunetten.Tekst: Claire Peels, Fotografie: Sylvia Jansen

 

Marja Langenhuizen
Soort: Combinatietuin met huisje. Sinds: 2007.
‘Dit is de plek waar ik ontspanning vind. Ik ben van boeren komaf en heb altijd gezegd dat ik een huis wilde waar ik omheen
kon lopen. Dat heb ik nu. Mijn tuin is een mix van van alles en nog wat. Ik heb een flink stuk gras, een trampoline voor mijn zoon, een tafeltennistafel, een bbq en ik verbouw groente, kruiden en fruit. De tuin is een soort van mindfullness; voor mijn werk ben ik al de hele dag bezig met mijn hoofd en ik vind het fijn om dat hier niet te hoeven. Maar het leert je ook om om te gaan met  tegenslagen. Je doet je best, maar als er hagelbui overkomt, of het vriest, of je hebt last van slakken of droogte, dan lukt het soms niet. Mijn uien zijn al drie jaar achter elkaar verrot. Daar moet je tegen kunnen, maar dat vind ik eigenlijk juist de charme.’

Esmé, Tijmen, dochter Zoë,
Remco en Martine
Soort: Combinatietuin met huisje. Sinds: 2013.
Tijmen: ‘Al onze hobby’s komen hier samen. Ik houd heel erg van klussen, Esmé van de moestuin, Martine van ontspanning
en Remco van barbecueën. We wonen in een bovenwoning en vinden het belangrijk dat onze dochter eendjes kan kijken en met een schepje in de grond kan spelen. Ik experimenteer veel met wat we verbouwen – onder andere coeur de boeuf-tomaten, vijgen
en passiebloem – en gebruik het in de keuken; ik ben al bijna twintig jaar kok. Het onderhoud van de tuin vergt echt uren per week, vandaar dat we met z’n vieren zijn. Maar ook de buren helpen soms een handje. We zochten naar een plek om te ontspannen en die hebben we gevonden.’

Matthijs Bakker en Sephora Verhoek
Soort: Grootste gedeelte moestuin, deel sier. Sinds: 2013.
Sephora: ‘We proberen zo veel mogelijk zelfvoorzienend te zijn met onze groenten. In de drie jaar dat we de tuin hebben, heb ik het meest geleerd van hoe processen in de grond werken en dat je zo weinig hoeft te doen om groente te verbouwen. Je moet meewerken met de natuur.’ Matthijs: ‘In februari beginnen we te planten en dan kunnen we eind mei de eerste dingen oogsten, tot in december. Dan is het een poosje stil en is er niet te veel doen. We brengen een laag aan van stro of bladeren zodat het weer niet al te veel grip op grond krijgt. En we geven het de rust om de natuur de gang te laten gaan. In februari begint het weer opnieuw.’

Mevrouw Paca
Soort: gemengde tuin met huisje. Sinds: 2001

‘Ik woon sinds 1993 in Nederland. 15 jaar geleden heb ik via mijn zwager kennisgemaakt met tuinieren op een tuinenpark. Ik was meteen enthousiast en heb samen met mijn man een tuin genomen. Van huis uit heb ik nooit getuinierd, dat heb ik hier pas ontdekt. Als ik ’s zomers naar Turkije ga, neem ik stekjes en zaad mee terug voor hier.

Ik vind het belangrijk om naast mijn drukke baan als chemisch analiste, lekker buiten bezig te zijn en mijn dochter van 5 kennis te laten maken met de natuur. Zij maakt haar eigen verhaaltjes met beestjes, slakken en wormen in de tuin en pakt die gewoon op van de grond, ze is helemaal niet bang voor insecten.

Ik heb een gemengde tuin met een huisje, bloemen, fruitbomen en verschillende groenten zoals platte peterselie, groene kool, Turkse bonen en Turkse lichtgroene paprika’s. Elk jaar probeer ik iets anders uit. Nu heb ik venkel staan, spitskool en broccoli. Ook heb ik kruiden in de tuin zoals vrouwenmantel. Mijn ouders in Turkije verkopen gedroogde vrouwenmantel, dat helpt tegen blaasontsteking.
In de tuin werken als beweging is goed, zo neem ik ook afstand van de dagelijkse beslommeringen. Ook al is het veel werk, ik ben heel blij met mijn tuin.’

Petra Dreiskamper
Soort: Biologische moestuin. Sinds: 2001.
‘Door een knieblessure moest ik zestien jaar geleden stoppen met sporten, iets dat ik fanatiek deed. Ik wilde wel buiten actief blijven, dus ik zocht naar een alternatief. Het werd tuinieren. De eerste paar jaar was het uitproberen. Ik probeer het hele jaar door verse groente uit eigen tuin te hebben. In de winter eten we veel boerenkool, palmkool, snijbiet en andijvie. Elk jaar heb ik een experimentele groente, denk aan schorseneer of winterpostelein. Die laatste groeide als een tierelier, maar bij het koken werd het een soort snot. Sommige dingen zijn zo’n succes dat ik ze houd, zoals knolselderij. De tuin is een goede vervanging gebleken voor sport, maar in vergelijking heeft het veel meer invloed op de rest van mijn leven. Ik ben anders boodschappen gaan doen en gaan koken. Ik kijk eerst in de tuin wat er is en vul dat aan met spullen uit de supermarkt. Het is positief: ik zou niet meer zonder tuinieren kunnen, terwijl ik wel zonder mijn sport kan.’

Max Antonioli
Soort: moestuin. Sinds: 2005

‘Ik ben in Italië geboren en woon al sinds 1967 in Nederland. Ik heb nu ongeveer 11 jaar een tuin bij de ATV. Het is een leuke hobby en je hebt veel contact met andere mensen. Vroeger heb ik Fresiabollen vanuit Nederland naar Italië geëxporteerd.

Ik verbouw vooral groenten zoals doperwten, sperzieboontjes, mais, andijvie. Of ik ook Italiaanse groenten verbouw? Ja hoor, artisjokken, jammer dat die dit jaar mislukt zijn. Ze stonden zo mooi in bloei, misschien toch te veel mest of opeens te warm weer? En ik heb ook Italiaanse komkommers, die zijn wat droger en hebben meer smaak. In de kas heb ik tomaten en aubergines.

Ook typisch Italiaans zijn natuurlijk de vijgenbomen (ik heb er een paar!), die dragen elk jaar, heerlijk. In Italië zijn er twee oogsten per jaar. De eerste is om zo op te eten en de tweede om te drogen voor de winter. Gieser Wildeman stoofperen plukten we in Italië nooit, die lieten aan de boom hangen tot ze verrotten en dan zogen we ze uit. 6 a 7 jaar geleden ben ik met aardappels begonnen. Mijn manier is om de pootaardappeltjes in een aardwal te poten, dan loopt de regen er vanaf.

De tuinvereniging wil dat we milieuvriendelijk tuinieren. Dat vind ik soms wel moeilijk. Je moet een keuze maken: gewas of dier. Wel gebruik ik blauwe netten omdat vogels blauw kunnen zien en er dus niet invliegen.’

Spring naar werkbalk